| De dunte van een onderwerp |
Mijn schilderijen tonen meer “zelf gecreëerde” werelden, en zijn nauwelijks illustratief voor een bepaald aspect van de werkelijkheid. Soms werken mijn onderwerpen een misverstand in de hand. Een misverstand is dat het alleen maar zou gaan om de grappige onderwerpen. De voorstellingen lijken duidelijke onderwerpen te verbeelden. Een tweede misverstand. Want het gehalte aan onderwerpen in mijn schilderijen is zo dun, dat ze zich eigenlijk daaraan onttrekken. Deze dunte van de onderwerpen maakt dat de schilderijen eigenlijk niet voldoen aan de standaarden van uitbeelding, stilstaand of bewegend in een choreografie of verhaallijn. In deze vorm manifesteert zich echter al heel veel van de betekenis. De vorm wordt een zelfstandig uitdrukkingsmiddel. Als ik bijv. een schilderij maak in een stijl die refereert aan post-Romantiek, dan doet de voorstelling op dat schilderij er minder toe. De post-Romantiek is, in de werkwijze die ik heb gekozen, interessant als een bewuste uitdrukking van onechte emoties. De keerzijde, de kitsch, zie ik als de onbewuste uitdrukking daarvan. Mijn stijl drukt zich uit om het onderwerp en om de voorstelling. Ik houd mij
bezig met het bewustzijn van beelden, dat is mijn stijl. Ik probeer
een ogenschijnlijk niets-aan-de-hand-beeld samen te stellen vanuit de
ons bekende beeldentraditie . Soms lukt het me een deconditionering in
te bouwen. Ik identificeer me graag met of ik richt me bij voorkeur op datgene wat ik juist nièt ben, bijv. een zeestukkenschilder of een jachttaferelenschilder. Daarom probeer ik mij te verplaatsen in de maker. In het algemeen,
bewust of onbewust, terecht of onterecht identificeert een mens zich altijd
liever met wat hij zou willen zijn. Wat hij zoekt is een aanvulling van
een tekort. De zeventiende
eeuwers zochten naar een “universeel moment “. Een windvlaag,
een opspringende hond, een zonnestraal, een moeder die een kind een appeltje
geeft. Daarin schuilde volgens hen het mysterie van het leven, in het
gewone, het alledaagse. Een jachttafereel zou moeten gaan over de vossejacht, maar ik toon gedoe met paarden, rode jassen en springerige hondjes, de zin en onzin in het midden latend. Over
gedragspatronen: Bij beroving is iemand het slachtoffer. Daarnaast zijn er de hoofddader, een paar handlangers, de meelopers, de buitenstaanders en een uitkijk. Een vergelijkbare enscenering vindt men terug bij de serie “balletje, balletje” en de “kaartspelers”. Een ander basispatroon waarvan ik gebruik maakte zijn vergaderingen en besprekingen. Daar zie je idealisten, meelopers, enthousiastelingen, buitenstaanders, baasjes of huichelaars. |