De dunte van een onderwerp

Mijn schilderijen tonen meer “zelf gecreëerde” werelden, en zijn nauwelijks illustratief voor een bepaald aspect van de werkelijkheid. Soms werken mijn onderwerpen een misverstand in de hand. Een misverstand is dat het alleen maar zou gaan om de grappige onderwerpen. De voorstellingen lijken duidelijke onderwerpen te verbeelden. Een tweede misverstand. Want het gehalte aan onderwerpen in mijn schilderijen is zo dun, dat ze zich eigenlijk daaraan onttrekken.

Deze dunte van de onderwerpen maakt dat de schilderijen eigenlijk niet voldoen aan de standaarden van uitbeelding, stilstaand of bewegend in een choreografie of verhaallijn. In deze vorm manifesteert zich echter al heel veel van de betekenis. De vorm wordt een zelfstandig uitdrukkingsmiddel.

Als ik bijv. een schilderij maak in een stijl die refereert aan post-Romantiek, dan doet de voorstelling op dat schilderij er minder toe. De post-Romantiek is, in de werkwijze die ik heb gekozen, interessant als een bewuste uitdrukking van onechte emoties. De keerzijde, de kitsch, zie ik als de onbewuste uitdrukking daarvan. Mijn stijl drukt zich uit om het onderwerp en om de voorstelling.

Ik houd mij bezig met het bewustzijn van beelden, dat is mijn stijl.
Mensen zeggen ook, “ Ik wil wel een schilderij zien, maar ik wil geen moeite hoeven doen”, luie perceptie. Iets dat Arjan Ederveen zo treffend formuleerde met :”Wat willen mensen op TV , mensen willen iets zien dat beweegt en gezellig is.”

Ik probeer een ogenschijnlijk niets-aan-de-hand-beeld samen te stellen vanuit de ons bekende beeldentraditie . Soms lukt het me een deconditionering in te bouwen.
De anekdote als vorm : In sommige van mijn schilderijen vormt de anekdotische voorstelling een tweede laag. Zij is geen doel op zichzelf. De anekdote behoort vooral tot de vorm. Losse motieven in de anekdote kunnen als een symbool gezien worden. In mijn geval wordt soms zelfs de hele voorstelling een symbool, niet direct voor mijzelf, maar indirect, via denkbare percepties van anderen.

Ik identificeer me graag met of ik richt me bij voorkeur op datgene wat ik juist nièt ben, bijv. een zeestukkenschilder of een jachttaferelenschilder. Daarom probeer ik mij te verplaatsen in de maker.

In het algemeen, bewust of onbewust, terecht of onterecht identificeert een mens zich altijd liever met wat hij zou willen zijn. Wat hij zoekt is een aanvulling van een tekort.
Bij het maken van een “Pieter de Hooch doekje “ probeer ik op ironische wijze beelden, fragmenten van beelden en symbolen uit de zeventiende eeuwse schilderkunst te combineren en te demonteren. Daar voeg ik 20ste eeuwse tekens aan toe, zoals de lichtvlekken. Zodoende wil ik komen tot een beeld, dat in wezen gaat over emoties, die op een hedendaagse manier worden vormgegeven.

De zeventiende eeuwers zochten naar een “universeel moment “. Een windvlaag, een opspringende hond, een zonnestraal, een moeder die een kind een appeltje geeft. Daarin schuilde volgens hen het mysterie van het leven, in het gewone, het alledaagse.
Dat is niet veranderd. Onze noden, behoeften, twijfels en emoties hebben hun geldigheid niet verloren. Je moet ze alleen voor deze tijd beeldend herformuleren.

Een jachttafereel zou moeten gaan over de vossejacht, maar ik toon gedoe met paarden, rode jassen en springerige hondjes, de zin en onzin in het midden latend.

Over gedragspatronen:
In een ander deel van mijn werk ligt het accent op door mij uitgekozen gedrag.
Zie bijv. Verkeerden Yver, of mijn vroegere werk als de serie “balletje-balletje” en de serie “de Staalmeesters”. Geen gedrag van individuele mensen, maar gedragspatronen van een groep mensen. Je kunt zeggen dat ik de schilderkunstige ruimte tussen de personen probeer te vinden, net zoals Giotto. Groepen mensen die in hun lichaamstaal en gebaren een overdraagbare uitdrukking geven aan een beperkt aantal oude maar nooit verouderde emoties. Angst, schaamte en schuld blijken onveranderlijk door de eeuwen heen.

Bij beroving is iemand het slachtoffer. Daarnaast zijn er de hoofddader, een paar handlangers, de meelopers, de buitenstaanders en een uitkijk. Een vergelijkbare enscenering vindt men terug bij de serie “balletje, balletje” en de “kaartspelers”. Een ander basispatroon waarvan ik gebruik maakte zijn vergaderingen en besprekingen. Daar zie je idealisten, meelopers, enthousiastelingen, buitenstaanders, baasjes of huichelaars.